Het bevoegde OCMW bepalen: Oriëntatietool

Situatie van de aanvrager

*In dit geval moet de betrokkene het recht hebben om de opvangstructuur waarin hij geplaatst werd te verlaten en moet hij een aanvraag tot huurwaarborg indienen om zich in een woning te vestigen.

Het statuut van de betrokkene heeft geen invloed: het kan gaan om een asielzoeker in een lopende procedure of om een persoon die reeds een verblijfsvergunning heeft (erkend vluchteling, geregulariseerde persoon of iemand die een ontvankelijke regularisatie aanvraagt volgens artikel 9ter van de wet van 15 december 1980).

Wanneer de uitzonderingsregel die u net heeft gecontroleerd, niet van toepassing is op de betrokkene, is de algemene regel van artikel 1, 1° (volgens dewelke het OCMW van de gemeente van de gewoonlijke en effectieve verblijfplaats op de datum van aanvraag bevoegd is) in principe van toepassing.

Voor de aanvraag van de huurwaarborg is het bevoegde OCMW het OCMW van de gemeente waar de woning zich bevindt die de persoon zal betrekken wanneer hij het centrum verlaat, in toepassing van artikel 2 §8 van de wet van 2 april 1965.

Voor de andere steunaanvragen zal moeten worden nagegaan of een van de uitzonderingsregels in dit geval van toepassing is (2, §5 van de wet van 2 april 1965/ artikel 2, §6/ ...).

Indien geen enkele uitzonderingsregel van toepassing is, is artikel 1, 1° van de wet van 2 april 1965 van toepassing. In dat geval is het OCMW van de gemeente waar de woning zich bevindt die de persoon bij het verlaten van de opvangstructuur zal betrekken, bevoegd.

Dit antwoord wordt gegeven door een informaticatool die de OCMW’s helpt en die een mogelijke situatie simuleert. Andere elementen die hier niet in aanmerking worden genomen, zouden een grondigere analyse kunnen vereisen.

Lorsqu’une personne quitte une structure d’accueil pour réfugiés et qu’un code 207 lui avait été indiqué par Fedasil, le CPAS compétent pour analyser sa demande de garantie locative est le CPAS de la commune désignée dans le code 207, c’est-à-dire, le lieu obligatoire d’inscription (article 2, §8).

Dit antwoord wordt gegeven door een informaticatool die de OCMW’s helpt en die een mogelijke situatie simuleert. Andere elementen die hier niet in aanmerking worden genomen, zouden een grondigere analyse kunnen vereisen.

*Wanneer de hospitalisatie onderbroken werd tijdens de geldigheid van de kaart, maar de betrokkene opnieuw werd opgenomen vóór het verstrijken ervan, wordt deze onderbreking niet in aanmerking genomen.

Het OCMW dat een medische kaart Mediprima heeft toegekend, blijft bevoegd tijdens de geldigheidsperiode van de beslissing tot tenlasteneming van de medische kaart (artikel 2, §9).

In het geval van een ziekenhuisopname tijdens de geldigheidsduur van de medische kaart, blijft het OCMW dat de medische kaart heeft toegekend bevoegd gedurende de hele ononderbroken duur van de ziekenhuisopname van de betrokkene.

  • Dit OCMW is eveneens bevoegd om elke andere vorm van hulp toe te kennen aan de betrokkene.

Dit antwoord wordt gegeven door een informaticatool die de OCMW’s helpt en die een mogelijke situatie simuleert. Andere elementen die hier niet in aanmerking worden genomen, zouden een grondigere analyse kunnen vereisen.

Wanneer de uitzonderingsregel die u net heeft gecontroleerd, niet van toepassing is op de betrokkene, is de algemene regel van artikel 1, 1° (volgens dewelke het OCMW van de gemeente van de gewoonlijke en effectieve verblijfplaats op de datum van aanvraag bevoegd is) in principe van toepassing.

* Om zich ervan te vergewissen dat het om studies met voltijds leerplan gaat, moet er, in geval van twijfel, contact worden opgenomen met de onderwijsinstelling die de opleiding verstrekt of met een ambtenaar van het departement Onderwijs van de Gemeenschappen. Deze overheden zijn bevoegd om te bepalen of de student al dan niet beschouwd wordt als student met voltijds leerplan door de onderwijsinstelling. Zolang de instelling de student als student met voltijds leerplan beschouwt, blijft hij student.

Wanneer de uitzonderingsregel die u net heeft gecontroleerd, niet van toepassing is op de betrokkene, is de algemene regel van artikel 1, 1° (volgens dewelke het OCMW van de gemeente van de gewoonlijke en effectieve verblijfplaats op de datum van aanvraag bevoegd is) in principe van toepassing.

* Dit wil zeggen voldeed de betrokkene, op de datum van zijn eerste aanvraag, aan de 3 volgende voorwaarden

1. Hij volgde studies met voltijds leerplan

2. Hij was, als hoofdverblijfplaats, ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister

3. Hij was meerderjarig en jonger dan 25 jaar

Voldoet de student aan de 3 onderstaande voorwaarden op de datum van zijn huidige aanvraag?

  1. De betrokkene volgt studies met voltijds leerplan
  2. Hij is, als hoofdverblijfplaats, ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister op de datum van zijn steunaanvraag.
  3. Hij is meerderjarig en is jonger dan 25 jaar

Het bevoegde OCMW is dat van de gemeente waar de student als hoofdverblijfplaats ingeschreven was in het bevolkings- of vreemdelingenregister op het ogenblik van zijn steunaanvraag (artikel 2, §6).

De officiële inschrijving moet in aanmerking worden genomen (zie code 001 in combinatie met code IT251). Dit begrip sluit de afvoeringen van ambtswege en inschrijvingen als referentieadres uit.

Dit antwoord wordt gegeven door een informaticatool die de OCMW’s helpt en die een mogelijke situatie simuleert. Andere elementen die hier niet in aanmerking worden genomen, zouden een grondigere analyse kunnen vereisen.

Het OCMW dat bevoegd was op het moment van de eerste steunaanvraag op basis van artikel 2, §6 blijft bevoegd voor de volledige ononderbroken duur van de studies.

Dit is de regel van de continuïteit van het eerste OCMW.

Het is belangrijk om te verduidelijken dat het OCMW dat bevoegd was om de eerste steunaanvraag van een student te onderzoeken bevoegd blijft voor de volledige ononderbroken duur van de studies van de betrokkene:

  • zelfs wanneer de betrokkene van verblijfplaats en van domicilie wijzigt tijdens de studies.
  • zelfs wanneer het OCMW het studieproject van de student weigert.
  • zelfs wanneer het OCMW de steun niet had toegekend aan de betrokkene bij de eerste steunaanvraag.
  • zelfs wanneer de betrokkene de leeftijd van 25 jaar heeft bereikt of heeft overschreden.

Het is niet vereist dat het OCMW de steun effectief heeft toegekend op het ogenblik van de aanvraag, om bevoegd te worden voor de gehele duur van de studies. Een aanvraag van de student volstaat.

Dit antwoord wordt gegeven door een informaticatool die de OCMW’s helpt en die een mogelijke situatie simuleert. Andere elementen die hier niet in aanmerking worden genomen, zouden een grondigere analyse kunnen vereisen.

* (De persoon heeft een erkenning ontvangen van het statuut van vluchteling, een subsidiaire bescherming of een regularisatie van het verblijf. Of de asielprocedure werd negatief afgesloten of de persoon verblijft illegaal op het grondgebied.).

Het bevoegd OCMW om maatschappelijke dienstverlening toe te kennen aan een asielzoeker is het OCMW dat vermeld wordt door code 207 OCMW (artikel 2§5 van de wet van 2 april 1965).

*Dit begrip sluit de afvoeringen van ambtwege en inschrijvingen als referentieadres uit

Het OCMW van de gemeente waar de aanvrager is ingeschreven ingeschreven in het register op de datum van zijn aanvraag* is bevoegd om de aanvraag voor maatschappelijke dienstverlening te analyseren (artikel 2§5 van de wet van 2 april 1965).

*De officiële inschrijving moet in aanmerking worden genomen (zie code 001 in combinatie met code IT251)

Dit antwoord wordt gegeven door een informaticatool die de OCMW’s helpt en die een mogelijke situatie simuleert. Andere elementen die hier niet in aanmerking worden genomen, zouden een grondigere analyse kunnen vereisen.

Wanneer de uitzonderingsregel die u net heeft gecontroleerd, niet van toepassing is op de betrokkene, is de algemene regel van artikel 1, 1° (volgens dewelke het OCMW van de gemeente van de gewoonlijke en effectieve verblijfplaats op de datum van aanvraag bevoegd is) in principe van toepassing.

*Dit begrip sluit de afvoeringen van ambtwege en inschrijvingen als referentieadres uit

Het bevoegde OCMW om maatschappelijke dienstverlening toe te kennen aan een persoon die de tijdelijke bescherming geniet in het kader van een massale toevloed van ontheemden is dat van de gemeente waar hij is ingeschreven in het register op de datum van zijn aanvraag (artikel 2, §5).

*De officiële inschrijving moet in aanmerking worden genomen (zie code 001 in combinatie met code IT251)

Dit antwoord wordt gegeven door een informaticatool die de OCMW’s helpt en die een mogelijke situatie simuleert. Andere elementen die hier niet in aanmerking worden genomen, zouden een grondigere analyse kunnen vereisen.

Wanneer de uitzonderingsregel die u net heeft gecontroleerd, niet van toepassing is op de betrokkene, is de algemene regel van artikel 1, 1° (volgens dewelke het OCMW van de gemeente van de gewoonlijke en effectieve verblijfplaats op de datum van aanvraag bevoegd is) in principe van toepassing.

* Lijst van instellingen of privépersonen bedoeld door de wet:

  • psychiatrisch ziekenhuis;
  • instelling voor gehandicapten;
  • Wanneer het gaat om een minderjarige, in een instelling voor kinderen of bij een privaat persoon die hem onder bezwarende titel huisvest;
  • Hetzij in een rustoord voor bejaarden, hetzij in een serviceflatgebouw of woningcomplex met dienstverlening, voor zover deze voorzieningen als dusdanig door de bevoegde overheid erkend zijn;
  • een instelling van gelijk welke aard, waar deze persoon verplicht verblijft in uitvoering van een rechterlijke of administratieve beslissing (bijvoorbeeld gevangenis);
  • een psychiatrisch verzorgingstehuis of een initiatief van beschut wonen, voor zover deze voorzieningen door de bevoegde overheid erkend zijn;
  • een instelling of een inrichting die door de bevoegde overheid erkend is om personen in noodsituaties op te vangen en hen tijdelijk te huisvesten en te begeleiden (erkend opvangtehuis, erkende nachtopvang).
  • een rust- en verzorgingstehuis;
  • een voorziening voor ouderen waarin zij zelfstandig verblijven en waarin facultatieve verzorging wordt aangeboden, voor zover deze voorziening erkend wordt door de bevoegde overheid;
  • Een ontwenningscentrum voor druggebruik voor zover deze voorziening erkend wordt door de bevoegde overheid

Wanneer de uitzonderingsregel die u net heeft gecontroleerd, niet van toepassing is op de betrokkene, is de algemene regel van artikel 1, 1° (volgens dewelke het OCMW van de gemeente van de gewoonlijke en effectieve verblijfplaats op de datum van aanvraag bevoegd is) in principe van toepassing.

* De wet bedoelt de inschrijving als hoofdverblijfplaats. Bijgevolg, wanneer de persoon afgevoerd is uit het register of een inschrijving had als referentieadres op het ogenblik van zijn opname in de instelling is deze bepaling niet van toepassing.

Er moet worden opgemerkt dat, wanneer een persoon als hoofdverblijfplaats is ingeschreven op het adres van een vorige instelling waar hij verbleven heeft (opvangtehuis of andere) deze inschrijving in aanmerking moet worden genomen om het bevoegde OCMW te bepalen

Het OCMW van de gemeente waar de aanvrager als hoofdverblijfplaats was ingeschreven, op het ogenblik van zijn opname in de huidige instelling, is bevoegd om zijn steunaanvraag te onderzoeken (toepassing van artikel 2, §1 van de wet van 2 april 1965).

Dit antwoord wordt gegeven door een informaticatool die de OCMW’s helpt en die een mogelijke situatie simuleert. Andere elementen die hier niet in aanmerking worden genomen, zouden een grondigere analyse kunnen vereisen.

*De hospitalisatie in een algemeen ziekenhuis wordt niet beschouwd als een onderbreking van het verblijf in de bedoelde instelling.

* De wet bedoelt de inschrijving als hoofdverblijfplaats. Bijgevolg, wanneer de persoon afgevoerd is uit het register of een inschrijving had als referentieadres op het ogenblik van zijn opname in de instelling is deze bepaling niet van toepassing.

Er moet worden opgemerkt dat, wanneer een persoon als hoofdverblijfplaats is ingeschreven op het adres van een vorige instelling waar hij verbleven heeft (opvangtehuis of andere) deze inschrijving in aanmerking moet worden genomen om het bevoegde OCMW te bepalen.

Het OCMW van de gemeente waar de persoon in het register was ingeschreven als hoofdverblijfplaats op de datum van zijn allereerste opname in een instelling is bevoegd om de steunaanvraag te onderzoeken wanneer de aanvrager achtereenvolgens en zonder onderbreking werd opgenomen in meerdere instellingen bedoeld in artikel 2, §1 van de wet van 2 april 1965 of wanneer hij in een algemeen ziekenhuis wordt opgenomen tijdens zijn verblijf.

Het OCMW dat bevoegd was tijdens deze eerste opname in een instelling blijft bevoegd tijdens het volledige ononderbroken verblijf van de aanvrager in deze instellingen, zelfs indien hij tijdens zijn verblijf van domicilie verandert. Dit is de regel van de bevoegdheidscontinuïteit van artikel 2, §3, van voornoemde wet.

Dit antwoord wordt gegeven door een informaticatool die de OCMW’s helpt en die een mogelijke situatie simuleert. Andere elementen die hier niet in aanmerking worden genomen, zouden een grondigere analyse kunnen vereisen.

* Ter herinnering: onder dakloze moet verstaan worden, “de persoon die niet over een eigen woongelegenheid beschikt, die niet de financiële middelen heeft om daar op eigen krachten voor te zorgen en daardoor geen verblijfplaats heeft, of die tijdelijk in een tehuis verblijft (of bij een particulier) in afwachting dat hem een eigen woongelegenheid ter beschikking wordt gesteld”.

*Lijst van instellingen of privépersonen bedoeld door de wet:

  • psychiatrisch ziekenhuis;
  • instelling voor gehandicapten;
  • Wanneer het gaat om een minderjarige, in een instelling voor kinderen of bij een privaat persoon die hem onder bezwarende titel huisvest;
  • Hetzij in een rustoord voor bejaarden, hetzij in een serviceflatgebouw of woningcomplex met dienstverlening, voor zover deze voorzieningen als dusdanig door de bevoegde overheid erkend zijn;
  • een instelling van gelijk welke aard, waar deze persoon verplicht verblijft in uitvoering van een rechterlijke of administratieve beslissing (bijvoorbeeld gevangenis);
  • een psychiatrisch verzorgingstehuis of een initiatief van beschut wonen, voor zover deze voorzieningen door de bevoegde overheid erkend zijn;
  • een instelling of een inrichting die door de bevoegde overheid erkend is om personen in noodsituaties op te vangen en hen tijdelijk te huisvesten en te begeleiden (erkend opvangtehuis, erkende nachtopvang).
  • een rust- en verzorgingstehuis;
  • een voorziening voor ouderen waarin zij zelfstandig verblijven en waarin facultatieve verzorging wordt aangeboden, voor zover deze voorziening erkend wordt door de bevoegde overheid;
  • Het OCMW van de gemeente waar de dakloze zijn feitelijke verblijfplaats heeft* op het ogenblik van zijn aanvraag is bevoegd om zijn steunaanvraag te onderzoeken (toepassing van artikel 2,§7, van de wet van 2 april 1965).

    *De feitelijke verblijfplaats

    Om het bevoegde OCMW te bepalen, moet men zich baseren op de feitelijke toestand op het moment van de steunaanvraag. Deze feitelijke verblijfplaats onderscheidt zich van het begrip gewoonlijke verblijfplaats die wordt toegepast op personen waarvan het verblijf op het grondgebied van de gemeente een blijvend karakter heeft.

    Het OCMW van de gemeente waar de dakloze zijn feitelijke verblijfplaats heeft is bevoegd, zelfs wanneer de dakloze niet permanent in deze gemeente verblijft en zelfs wanneer hij gedomicilieerd is in een andere gemeente of ingeschreven is als referentieadres bij een ander OCMW.

    Dit antwoord wordt gegeven door een informaticatool die de OCMW’s helpt en die een mogelijke situatie simuleert. Andere elementen die hier niet in aanmerking worden genomen, zouden een grondigere analyse kunnen vereisen.

    Als er geen enkele uitzonderingsregel van toepassing is op de betrokkene is de algemene regel van artikel 1, 1° van toepassing. Het OCMW van de gemeente waar de persoon gewoonlijk en effectief verblijft op de datum van de aanvraag is bevoegd om zijn aanvraag te analyseren

    • De bepaling van de gewoonlijke verblijfplaats van de aanvrager is een feitelijke kwestie en wordt afgeleid uit het geheel van de omstandigheden.
    • Elke situatie moet geval per geval worden onderzocht en er moet een reeks aanwijzingen in overweging worden genomen (schriftelijke verklaring, huisbezoek, enz.) om de gewoonlijke verblijfplaats van de persoon te kunnen bepalen.
    • De gemeente waar de persoon gedomicilieerd is (dit wil zeggen ingeschreven in het rijksregister) komt normaal overeen met zijn gewoonlijke verblijfplaats, maar dat is niet noodzakelijk het geval. Een persoon kan, bijvoorbeeld, nog steeds gedomicilieerd zijn op een oud adres en in werkelijkheid elders verblijven. De feitelijke situatie heeft voorrang op de administratieve situatie.
    • De gewoonlijke verblijfplaats en de territoriale bevoegdheid van de OCMW's worden bepaald op het ogenblik van de steunaanvraag. De gewoonlijke verblijfplaats moet bepaald worden op het ogenblik waarop bijstand voor de aanvrager noodzakelijk wordt, dit wil zeggen de dag waarop de steunaanvraag wordt ingediend bij het OCMW.

    Dit antwoord wordt gegeven door een informaticatool die de OCMW’s helpt en die een mogelijke situatie simuleert. Andere elementen die hier niet in aanmerking worden genomen, zouden een grondigere analyse kunnen vereisen.

    Er kunnen meerdere regels tegelijk betrekking hebben op een steunaanvrager. In dit geval is het noodzakelijk om de volgorde van prioriteit van de regels na te leven, geïllustreerd door de piramide aan het begin van de tool. De vragen zullen in deze volgorde worden gesteld om de toe te passen uitzonderingsregel en de algemene regel te bepalen.

    Klik op 'Volgende' om verder te gaan

    Er kunnen meerdere regels tegelijk betrekking hebben op een steunaanvrager. In dit geval is het noodzakelijk om de volgorde van prioriteit van de regels na te leven, geïllustreerd door de piramide aan het begin van de tool. De vragen zullen in deze volgorde worden gesteld om de toe te passen uitzonderingsregel en de algemene regel te bepalen.

    Klik op 'Volgende' om verder te gaan

    Als er geen enkele uitzonderingsregel van toepassing is op de betrokkene is de algemene regel van artikel 1,1° van toepassing. Het OCMW van de gemeente waar de persoon gewoonlijk en effectief verblijft op de datum van de aanvraag is bevoegd om zijn aanvraag te analyseren

    • De bepaling van de gewoonlijke verblijfplaats van de aanvrager is een feitelijke kwestie en wordt afgeleid uit het geheel van de omstandigheden.
    • Elke situatie moet geval per geval worden onderzocht en er moet een reeks aanwijzingen in overweging worden genomen (schriftelijke verklaring, huisbezoek, enz.) om de gewoonlijke verblijfplaats van de persoon te kunnen bepalen.
    • De gemeente waar de persoon gedomicilieerd is (dit wil zeggen ingeschreven in het rijksregister) komt normaal overeen met zijn gewoonlijke verblijfplaats, maar dat is niet noodzakelijk het geval. Iemand kan, bijvoorbeeld, nog steeds gedomicilieerd zijn op een oud adres en in werkelijkheid elders verblijven. De feitelijke situatie heeft voorrang op de administratieve situatie.
    • De gewoonlijke verblijfplaats en de territoriale bevoegdheid van de OCMW's worden bepaald op het ogenblik van de steunaanvraag. De gewoonlijke verblijfplaats moet bepaald worden op het ogenblik waarop bijstand voor de aanvrager noodzakelijk wordt, dit wil zeggen de dag waarop de steunaanvraag wordt ingediend bij het OCMW.

    Dit antwoord wordt gegeven door een informaticatool die de OCMW’s helpt en die een mogelijke situatie simuleert. Andere elementen die hier niet in aanmerking worden genomen, zouden een grondigere analyse kunnen vereisen.

    U erkent dat uw OCMW bevoegd is, dan dient u bijgevolg de steunaanvraag te onderzoeken.

    De aanvraag zal gevalideerd worden op de datum van de steunaanvraag. Vanaf deze datum beschikt uw OCMW over een termijn van 30 dagen om een beslissing te nemen.

    U bent van mening dat uw OCMW niet bevoegd is om de aanvraag te behandelen. In dat geval moet u aan bepaalde verplichtingen voldoen:

    • De aanvraag doorsturen naar het centrum dat u bevoegd acht
    • De verzending moet binnen 5 kalenderdagen gebeuren
    • De verzending moet schriftelijk gebeuren (zie template van kennisgeving van onbevoegdheid op onze website).
    • De betrokkene moet op de hoogte worden gebracht van de verzending
    • De redenen voor de onbevoegdheid worden zowel aan het OCMW dat u bevoegd acht als aan de betrokkene meegedeeld

    Als uw OCMW de aanvraag niet binnen de wettelijke termijn doorstuurt, blijft uw centrum bevoegd om de aanvraag te behandelen tot en met de datum van verzending (inclusief) van uw kennisgeving van onbevoegdheid aan het OCMW dat u bevoegd acht.

     

    U bent van mening dat uw OCMW niet bevoegd is om de ontvangen aanvraag te behandelen.

    Aangezien uw centrum een kennisgeving van onbevoegdheid heeft ontvangen, moeten u een aanvraag tot regeling van bevoegdheidsconflict indienen bij de POD Maatschappelijke Integratie (POD MI).

    • U heeft vanaf de ontvangst van de kennisgeving van onbevoegdheid 5 werkdagen de tijd om de aanvraag tot oplossing van het conflict in te dienen
    • U moet dit doen via het elektronisch formulier dat gedownload kan worden op de pagina van de POD MI over de Bevoegdheidsconflicten.
    • Leg de motivering van uw weigering uit en bezorg de kennisgeving van onbevoegdheid van het 1ste

    no